We zijn allemaal wel eens bang en dat is heel gezond. Het is een waarschuwing voor gevaar en helpt je om jezelf te beschermen. Maar wat nu als je vaak angstig bent op momenten dat er geen reële grond voor is en de angsten steeds meer je leven beheersen? Dan spreken we van een angststoornis. Angststoornissen komen vrij veel voor en kunnen allerlei vormen aannemen.
Een angststoornis is een psychische aandoening die zich kenmerkt door angstaanvallen. Een angststoornis gaat gepaard met veel lastige fysieke ervaringen en negatieve gedachtes. Als angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis.
Er zijn verschillende soorten angststoornissen:
Dit zijn typerende kenmerken waar je een angststoornis aan kunt herkennen:
Een angststoornis begint vaak na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een sterfgeval, ernstige ziekte, verhuizing of ontslag. Maar ook leuke dingen zoals een huwelijk of de geboorte van een kind kunnen de aanleiding zijn voor een angststoornis. De volgende persoonlijke eigenschappen zijn van invloed of iemand wel of niet een angststoornis krijgt:
Angst is een van de meest voorkomende psychische problemen. In Nederland heeft zo’n 1 miljoen mensen (20% van de bevolking) ooit met een angststoornis te maken.
Een angststoornissen gaat gepaard met veel lastige fysieke ervaringen en negatieve gedachtes. Het problematische is niet dat de angst op komt, maar hoe we er vervolgens op reageren. We zijn gewend om de innerlijke ervaringen die gepaard gaan met angst negatief te evalueren en we zijn angstig voor de angstgevoelens zelf.
Onze automatische piloot stelt bij het opkomen van angst alles is de weer om de angst te willen controleren. Maar pogingen om onze innerlijke ervaringen onder controle te brengen hebben juist vaak een averechts effect: onze controlepogingen leveren juist extra angst op. Dit kan zelfs leiden tot een paniekaanval.
In de gesprekken bouw je vertrouwen op in jezelf en in je lichaam. De gesprekken zijn er enerzijds op gericht om meer bekend/vertrouwd te raken met je fysieke ervaringen. Ook leer je veel over de rol die gedachten spelen bij de angstreactie. Je krijgt handvatten waarmee je de invloed kunt verminderen van negatieve of catastrofale gedachten.
Doordat de angstreactie steeds minder vat op je krijgt, ontstaat er steeds meer ruimte voor de dingen die je echt belangrijk vindt in het leven, in plaats van te worden opgeslokt door de worsteling met negatieve gevoelens en gedachten.